WAMANDAI A870
CONTACT OPNEMEN.
GASTENBOEK.
Nieuw geplaatst
REUNIE 2013
WAMANDAI in BIAK
BIAK-ROTTERDAM
OVERTOCHT WAMANDAI
EINDE WAMANDAI ?
NAAMBORD.
WAPENSCHILD
Spr. H.van den Bergh
Fotoalbum Wamandai
"Mijn" Wamandai.
Weer varen
WAMANDAI model 1:25
"Boordbelevenissen"
Marine Basis Parera
Parera bezoeken ?
St.Joris.
Parera 2010
PARERA PRIVÉ no.1
Curaçao
Curacao WO2
Mat Jansen
Frans van Es
Fred van Kolck
Dierenasiel Curacao
Curacao 2010/11
30 mei 1969
KAIS naar NNG
KLEP L9609
John Bongers
Herman Boer
Hans Ferwerda
Gerhard J. Nijsen
Theo Burgers
Ruud Santbulte
Piet Sjouw
Martin Evertsen
Werner Vet
WAMBRAU
John Wijnands
Arie van der Haagen
JOSEPHINE ex WAMBRAU
Oude Knarren.
Ulbe de Vries
Arie Bertelink
Albert Hoek 1967
E. Dijkman
Jan Veth 1969/1970
Leen Sanderse
Jan Jaarsma 1974
Henk Mulder 1975
Hans van de Geest
Bert Nagtegaal 75/76
John Boel (Bobo)
De West 1975/76
Lex Pihl 1976/1977
Jan Schulpzand
Jan Gerits
Jaap Warmerdam
Jaap van de Kemp
Rinus Brasser
Ries Koen
Paul Rijksen
Roy Kloeth
Pedro de Haan
Sjef Lurkin
A830 PELIKAAN
Dienstvak emblemen
Oude documenten
 Uit de ketting AKF
Marine kaarten
Prenten
Kaarten MOKH
Leo Schoonmade
Korps in de West
Korps in NNG
Antilliaanse muziek
REUNIE 2010 FOTO'S
Ex Dintel Y8038
Ex Berkel Y8037
Ex Wielingen A873
A832 & Kustwacht
KM Film
Burger Film
Hr.Ms. Amsterdam NNG
Hr.Ms. Kortenaer NNG
Antillen van Miep
Roy Rusch
Powerpoints
GEZOCHT !!!!
KOVOM
BRONBEEK
Marinesprookjes
NEPTUNE 212
R.I.P.
Links
DISCLAIMER

Bronbeek bestaat 150 jaar

Maak kennis met de bewoners

  • 14 februari 2013
  • Erik van den Berg

Bronbeek, postkaart uit begin twintigste eeuw.

Zoom
Bronbeek, postkaart uit begin twintigste eeuw.

Wat bedoeld was als een buitenverblijf voor koning Willem III, werd in 1863 geopend als Koloniaal Militair Invalidentehuis ‘Bronbeek’. In de twintigste eeuw groeide Bronbeek uit tot rustoord voor Indië-veteranen. Museum Bronbeek pakt vanaf 19 februari uit met een tentoonstelling met persoonlijke verhalen van bewoners. Maak kennis met veteranen als Mellenbergh, de Zwarte Hollander, zijdespinner Otto Jans Engelsman en kleermaker Pieter Koning, die vanwege 'ongepast gedrag' van Bronbeek werd gestuurd.

Richard Mellenbergh wordt op 10 oktober 1904 geboren in Malang. Hij gaat er naar de lagere school en Mulo en volgt er een vakopleiding voor technisch tekenaar. In 1926 trouwt hij met Phien, een christelijke vrouw uit de kampong van Malang. In de crisisjaren volgen Richard en Phien een cursus die hen voorbereidt op een kolonistenleven in Nieuw-Guinea en ergens tussen 1935 en 1939 vestigen Richard en Phien zich met hun kinderen in Manokwari. De kolonistengemeenschap is klein, met amper tweehonderd mannen, vrouwen en vooral kinderen in houten huisjes op palen. Er is een sociëteit, een kerk en een schooltje. Buiten Manokwari is niets dan oerwoud en een soms nieuwsgierige, maar vaak vijandige Papoea-bevolking.

Kerk in Manokwari, 1946 (Bron: Beeldbank NA)

Zoom
Kerk in Manokwari, 1946 (Bron: Beeldbank NA)

Als het KNIL in 1941 mobiliseert, meldt Richard zich bij het garnizoen. In april 1942 bezetten de Japanners Manokwari. Kapitein Willemsz Geeroms besluit vanuit de rimboe een guerrillaoorlog te voeren en Mellenbergh sluit zich bij hem aan. In oktober 1944 worden de overlevenden van het verzet door de geallieerden naar Australië overgebracht. Onder de vleugels van de Nederlandse Militaire Inlichtingendienst (NEFIS) keert Mellenbergh terug naar Nieuw-Guinea. Daar wacht een drama. Onder nooit opgehelderde omstandigheden blijken zijn vrouw Phien en alle zes kinderen vermoord te zijn, vermoedelijk in 1944. Het is nog steeds onduidelijk wie voor deze verschrikkelijke misdaad verantwoordelijk is.

Veteranen op een bankje op landgoed Bronbeek, datum onbekend (Foto: Beeldbank Nationaal Archief)

oorlog, veteranen, invaliden, Nederland

Geschenk uit de hemel

Het zijn deze en andere verhalen die centraal staan in Museum Bronbeek. Komende dinsdag bestaat het tehuis Bronbeek precies 150 jaar. De expositie "150 jaar Bronbeek" vertelt voor elke tien jaar het verhaal van één van de bewoners en brengt de geschiedenis van het landgoed tot leven.

In 1854 kocht koning Willem III voor 75.000 gulden het landgoed Bronbeek bij Arnhem en had het gebouw op het terrein laten verbouwen, maar alweer twee jaar later wilde hij de buitenplaats van de hand doen. In een bericht van 13 juni 1857 aan de Minister van Koloniën, schonk hij het landgoed Bronbeek per 15 oktober 1859 officieel aan de Staat der Nederlanden "tot de inrichting van een koloniaal militair invalidentehuis." Willem III stelde de voorwaarde dat het landgoed nooit een andere bestemming mag krijgen en werd bovendien zelf beschermheer van het tehuis.

Zijn gebaar was een geschenk uit de hemel. Pauljac Verhoeven, hoofd Museum Bronbeek, legt uit waarom: “Het Ministerie van Koloniën was al enkele jaren bezig met het zoeken naar een lokatie voor de opvang van verwonde soldaten. Het Nederlandse koloniale leger vocht in Indië en soldaten hadden in het tropische klimaat grote kans op tropische ziektes en infecties. Deze mensen moesten opgevangen worden. Voor het ministerie was een centraal tehuis een manier om de werving voor de overzeese gebieden gemakkelijker te maken.”

Al was het maar om de samenleving te behoeden voor probleemgevallen. Verhoeven: “Oud-soldaten kregen in die tijd van de staat een gagement, een vroege vorm van pensioen. Vaak verbrasten ze dit in snel tempo, waarna ze op straat kwamen te staan. Alcoholmisbruik was een groot probleem en ze kampten soms met oorlogstrauma’s. Dit was geen goede reclame voor het leger.”

Ook als de soldaat weinig mankeerde, was het moeilijk voor hem aansluiting te vinden. In 1903 beschreef een bewoner van Bronbeek het als volgt: “De burgers gaan voor, overste! Pas heel achteraan komen wij, en dan nog enkel als we een krachtige voorspraak hebben. Anders kun je helemaal thuisblijven. Er is hier geen werk voor ons. Men wéét niet waarvoor wij geschikt zijn en eigenlijk weet ik dat zelf ook niet.”

Twee veteranen op een bankje in Bronbeek, datum onbekend (Foto: Beeldbank Nationaal Archief)

oorlog, veteranen, invaliden, Nederland

Drankmisbruik

Op 19 februari 1863, op de verjaardag van Willem III, opende Bronbeek. In de loop van dat jaar trokken invalide militairen uit alle delen van het land naar het nieuwe tehuis. Dit waren altijd soldaten van de laagste rangen, tot onder-luitenant. Een jaar later was het maximale aantal van tweehonderd militairen opgenomen.

Aan het hoofd kwamen commandanten te staan, die een strak regime voerden van arbeid en tucht. “Bronbeek was een zelfvoorzienend agrarisch landgoed, de soldaten werkten op het land, of in de stallen. Er was een politiepost op het terrein, om de orde te handhaven. Regelmatig kwam het voor dat bewoners wegens wangedrag werden ontslagen. In de strafregisters zien we vooral drankmisbruik en insubordinatie in woorden. Niets wat je in de gewone samenleving ook niet hebt.”

Militaire artsen van het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL) behandelden de bewoners naar de standaarden van die tijd. Verhoeven: "Het is nu makkelijk om zulk gedrag onder de noemer posttraumatische stress te scharen, maar in de negentiende eeuw bestond die term natuurlijk nog niet, dus we weten niet in hoeverre dit een rol speelde. De bewoners gingen dood aan hartkwalen, tuberculose, lepra. Enkelen hebben zelfmoord gepleegd, maar het is niet bekend waarom."

Bewoners demonsteren bij Tweede Kamer tegen dreigende sluiting, 1980 (Foto: Beeldbank Nationaal Archief)

oorlog, veteranen, invaliden, Nederland

Oorlogsbuit

Tot het einde van de negentiende eeuw diende Bronbeek als tijdelijke opvang. Na voldoende te zijn hersteld of aangesterkt vertrokken veel soldaten weer. Vanaf het begin van de twintigste eeuw veranderde Bronbeek in een tehuis voor KNIL-veteranen, die er de laatste jaren van hun leven kunnen doorbrengen. Toen het KNIL eind jaren vijftig werd opgeheven liep het aantal bewoners in Bronbeek terug van de volle bezetting van tweehonderd man, tot zo'n vijftig begin jaren zeventig. Vanaf toen werden ook niet-KNIL'lers toegelaten. Sluiting van Bronbeek dreigde vanaf halverwege jaren zeventig, maar een mediageniek offensief van Bronbeek en zijn bewoners deed het tij keren. Talloze veteranen namen hun intrek in het tehuis, om er hun laatste dagen te slijten.

Tegenwoordig telt het tehuis vijftig plaatsen, die altijd vol zijn. Verhoeven: "Ze vermaken zich uitstekend hier, en zijn over het algemeen zeer gelukkig." Bronbeek is naast een veteranentehuis ook congrescentrum, herdenkingsplek, en museum. "Het gebouw was ruim opgezet, met veel licht en brede gangen. Vanaf het begin in 1863 zijn die gangen benut om er oorlogsbuit te stallen. Dit is aangevuld met talloze schenkingen van buitenaf. Zo is de museumfunctie ontstaan. Bovendien konden de bewoners zelf hun verhaal vertellen bij de stukken."

In Museum Bronbeek opent op 19 februari de expositie "150 jaar Bronbeek" waarin bezoekers onder andere kennis kunnen maken met de persoonlijke verhalen van vijftien bewoners uit de anderhalve eeuw historie van Bronbeek. Het zijn verhalen die het koloniale verleden op soms aangrijpende manier tot leven wekken. Zoals Lombok-veteraan en 'vogeltjesman' Gerhard Friskus (1870-1962), of de 'Zwarte Hollander' Louis Carré (1846-1897) en zeebonk Gerrit Wijtenkamp (1834-1907), die zo van warme chocolade hield. Op korrelige foto's en platen kijken ze je aan vanuit een andere tijd, met doorleefde ogen. Bij elk van hen heeft de geschiedenis andere groeven in het gezicht getekend.

Mellenbergh

Richard Mellenbergh (1904-1987)

Zoom
Richard Mellenbergh (1904-1987)

En hoe kwam Richard Mellenbergh terecht in Bronbeek? Tot 1962 blijft Mellenbergh op zijn landbouwbedrijfje in Manokwari, daarna komt hij naar Nederland. Hij is dan 58 jaar oud en voor het eerst in Nederland. In 1966 komt hij naar Bronbeek. Daar leren ze hem kennen als een stille, teruggetrokken man. Alleen vrienden uit Nieuw-Guinea kennen de goedlachse man die hij ooit was. Door zijn kleine, tengere gestalte lijkt hij bijna te zweven door het gebouw. Mellenbergh krijgt vooral bezoek van mensen die hij kent uit Nieuw-Guinea. Op zijn kamer knutselt hij met gips en maakt hij tekeningen en muziekinstrumenten. In 1987 overlijdt Mellenbergh. Na zijn dood wordt in de linnenkast een spaarpot gevonden met een grote hoeveelheid vooroorlogs geld.

Top